Wednesday, June 27, 2007

Yooodelahiityyyy

Tjoeff alweer veelte lang geleden!! Inmiddels ben ik terug van een weekje vakantie in Tunesië met m'n vriendje en zit ik in alle drukte aan m'n tentamens.. morgen en overmorgen zit ik BOMvol en heb nog maar weinig gedaan! en net nu, zoals dat elke leerperiode weer gaat, bedenk ik me ineens hoe diep ik me moet schamen om het feit dat ik al zo lang niks van me heb laten horen en dat m'n trouwe lezers zich afvragen of ik nog wel leef ;-) ....

Ach ik leef nog :) en heb een superlekkere vakantie gehad! Vrij weinig uitgevoerd maar dat maakte het voor mij niet minder leuk, dat snap jij(A)! ethiek ethiek ethiek..... moeilijk moeilijk moeilijk... ennnn een goede leertechniek heeft mijn weggekruist.... 8) ik ga jullie vervelen met mijn heerlijke samenvattingen :) !!! Zo laat ik tegelijkertijd iets van me horen, laat ik blijken wat mij zoal bezighoudt op zo'n dag als vandaag (en wat me overigens ook ENORM interesseert!!!) en leer ik er ook nog eens wat van!!

Dieren (anders dan mensen) vechten en sterven omdat ze niet anders kunnen. Hector daarentegen (bijvoorbeeld) gaat de confrontatie met Achilles aan omdat hij het wil (hij kiest er bewust voor). Hector is niet voorgeprogrammeerd (zoals dieren wel zijn) om de held te zijn (geen enkel mens is dat) en toch kiest hij ervoor wel de held uit te hangen.

Doordat dieren natuurlijke wezen zijn die geheel voorgeprogrammeerd zijn, zijn zij in alles wat zij doen voorspelbaal. Mensen, zou je zeggen, zijn niet voorspelbaar! Toch is de mens tamelijk voorspelbaar.. Mensen zijn in zekere zin wel voorgeprogrammeerd door de natuur. We zijn erop gebouwd om water te drinken en geen bleekmiddel en ondanks al onze voorzorgen zullen we vroeg of laat onherroepelijk sterven. Op een vergelijkbare – minder dwangmatige – manier worden we ook gestuurd door ons culturele programma. Ons denken is afhankelijk van de taal die vorm geeft aan onze cultuur – een taal die zich van buitenaf aan ons opdringt, die we niet zelf voor ons persoonlijk gebruik hebben bedacht – en we zijn opgevoed met bepaalde tradities, gebruiken, gedragscodes en legendes. Vanaf de wieg worden ons kortom sommige waarden wel ingeprent en andere niet. Dat alles legt veel gewicht in de schaal en maakt dat we tamelijk voorspelbaar zijn.

Hoezeer wij mensen ook biologisch of cultureel zijn voorgeprogrammeerd, we kunnen uiteindelijk altijd kiezen voor iets dat niet – of in ieder geval niet helemaal – in het programma zit. Hoezeer we ook door de omstandigheden in het nauw worden gedreven, er bestaat nooit slecht één enkele weg die we kunnen volgen, er staan altijd verschillende wegen voor ons open. Vrijheid is wat mensen onderscheidt van termieten en getijden, van alles wat beweegt op een noodzakelijke en onontkoombare manier. Het Is waar dat we niet alles kunnen doen wat we willen, maar het is ook waar dat we nooit gedwongen zijn tot slecht één reactie.

We zijn niet vrij om te kiezen wat ons overkomt (geboren worden, van je eigen ouders) maar we zijn wel vrij om op een bepaalde manier te reageren op wat ons overkomt (gehoorzamen, losbandig zijn, kleding naar de mode of er slordig bijlopen).

Vrij zijn om te proberen iets te bereiken, staat helemaal los van het noodzakelijkerwijs bereiken ervan. vrijheid wil zeggen: kiezen binnen de grenzen van het mogelijke (iets anders dan almachtigheid: alles wat men wilt, lukt ook, zelfs het onmogelijke).

Er zijn dingen die van mijn wil afhangen – zoals vrij zijn – maar niet alles hangt af van mijn wil – dan zou ik almachtig zijn. Als ik noch mijzelf noch de wereld ken waarin ik leef, dan zal mijn vrijheid keer op keer te pletter slaan op de rotsen van de realiteit. maar, en dit is van wezenlijk belang, daardoor zal ik niet ophouden vrij te zijn – zelfs niet als dat pijn doet.

In het dagelijks leven bestaan er tal van krachten die onze vrijheid beperken, van aardbevingen en ziekten tot aan tirannen. Wanneer je met mensen praat, zul je echter merken dat de meesten zich veel bewuster zijn van wat hun vrijheid beperkt dan van de ruimte die de vrijheid hun biedt.
Mensen die zo praten, terwijl het lijkt alsof ze klagen, zijn in feite maar wat blij met het idee dat ze niet vrij zijn. “Aangezien ik niet vrij ben, gebeurt alles wat me overkomt buiten mijn schuld om”.

Omdat we zelf kunnen uitvinden en kiezen voor de persoonlijk gunstigste manier, hebben we ook altijd de mogelijkheid ons te vergissen.

Ik denk niet dat er iemand denkt dat hij niet helemaal vrij is. Niemand accepteert klakkeloos dat hij functioneert als een willoos uurwerk of als een termiet. je kunt van mening zijn dat kiezen in vrijheid voor bepaalde dingen in bepaalde omstandigheden erg moeilijk is. Je kunt maar beter volhouden dat er geen vrijheid bestaat om niet te hoeven erkennen dat je in volle vrijheid de voorkeur zou geven aan de gemakkelijkste weg..

maar als je écht gewild had…


Hoe kan je bepalen wat goed handelen is? Wat goed handelen is kun je niet aflezen. Daarover moet je praten, denken en oordelen op grond van argumententen. Je maakt afwegingen en keuzes. Je moet de kwaliteit van het leven zo optimaal mogelijk behartigen. Het gedrag waarbij wordt gezocht naar het meest menselijke, naar wat zo optimaal mogelijk de kwaliteit van het leven van alle betrokkene behartigt.
Zo kun je een morele afweging maken, een moreel standpunt innemen en op een goede (morele) manier handelen.

een moreel gevoel kan je ontwikkelen. Je moet er wel voor openstaan als je zoekt naar het meest menselijke: kwaliteit. Je kunt het morele perspectief ook ontkennen; wat je niet wilt zien, zie je niet. Waarden ordenen ons denken over het leven: ze leveren ons prioriteiten aan. Zij geven richtlijnen voor ons oordelen. Waarden zijn collectieve voorstellingen omtrent het goede leven en de goede samenleving. Normen zijn handelingsvoorschriften over wat wij in een bepaalde situatie behoren te doen of te laten. Waarden zijn abstracte idealen die gerealiseerd worden door concrete handelingen (de normen).

Morele vorming is een onderdeel van de beroepsvorming. Waarom is dat volgens de schrijver van mijn tekst zo? nou ;-) Morele waarden doen een beroep op het gevoel van de professionele hulpverlener voor de kwaliteit van het leven van de ander. Een hulpverlener moet inzicht hebben in de morele aspecten van een praktijksituatie en in een morele discussie argumenten kunnen aandragen voor een verantwoorde oordeelvorming.

Utilisme

Het verschil tussen teleologische en deontologische ethiek:
In een teleologische ethiek (telos = doel) wordt een handeling beoordeeld naar het doel en/of de gevolgen van de handeling. In een deontologische ethiek (deon = plicht) daarentegen wordt de handeling getoetst vanuit de vraag of iemand tot deze daad verplicht is, ongeacht de feitelijke implicaties. Iets wat slecht is, is volgens een deontoloog slecht, ook als de uitkomst goed zou zijn. Liegen is slecht dus liegen om bestwil is ook slecht.

Het Utilisme = teleologisch: want het wil handelingen beoordeeld zien naar het nut ervan. Het nut duidt op geluk, genot of plezier dat door de handeling wordt verkregen of op de pijn die door de handeling wordt vermeden. Liegen is slecht, maar een leugentje om best wil mag best. Om daar een grotere doelgroep gelukkiger mee te maken. Het goede is datgene dat het grootste voordeel oplevert voor het grootste aantal mensen. Het gaat hierbij om maximale bevrediging en minimale frustratie van menselijke behoeften en verlangens (hoogste lust/onlust balans): genot nastreven en pijn vermijden.

Bentham trekt geen principiële scheidslijn tussen het normatieve en het descriptieve, tussen plicht en natuur, tussen het behoren en zijn, zoals KANT wel doet. KANT zegt dat de plicht tégen de natuur van de mens kan ingaan, Bentham zegt dat we datgene moeten doen wat in onze natuur ligt. Het probleem is slechts dat de mens in zijn zoeken naar het grootste genot niet altijd die actie onderneemt die in het grootste genot resulteert. De oorzaak hiervan ligt in de beperkte rationaliteit van het individu.

Onze menselijke rationaliteit helpt ons van een egoïstische motivatie naar een universalistische norm:
Egoïstische motivatie = het streven naar genot, Universalistische norm = zoveel mogelijk mensen gelukkig maken.

De mens neigt ertoe alleen zijn eigen belang na te streven. Maar eigenlijk betekent dit dat het individu geen juist besef heeft van wat zijn belang ís. Want: Het welbegrepen eigenbelang (= rationeel eigenbelang) stemt overeen met het algemene belang.
Wanneer de mens volledig rationeel zou zijn, zou hij begrijpen dat zijn eigen geluk het grootst is, wanneer zoveel mogelijk mensen gelukkig zijn. Zelfs de egoïstische mens op aarde kan niet gelukkig zijn in een wereld vol ongelukkige mensen. Het egoïstische geluk, dat ten koste gaat van andermans geluk, is daarom minder groot dan het geluk dat samengaat met geluk van anderen. Kortom: Rationaliteit, Eigenbelang en matiging van het egoïsme staan in principe op één lijn!

Terwijl Bentham een eenzijdige nadruk legt op het streven naar genot, meent Mill dat álle vermogens van de mens tot volle ontwikkeling moeten komen. Het gaat erom de menselijke natuur te perfectioneren. Bovendien onderstreept Mill de individualiteit van ieder mens en kent hij een groot belang toe aan de zelfontplooiing van het individu: “De menselijke natuur is geen machine die men naar een model kan bouwen en precies dat werk kan laten doen waarvoor hij gemaakt is, maar een boom, die naar alle kanten moet kunnen uitgroeien (…), in overeenstemming met de innerlijke krachten die er een levend iets van maken.” Zelfontplooiing draagt volgens Mill bij aan het geluk van de mens.

Het verschil tussen een negatief en positief vrijheidsbegrippen:

MILL:
Positief vrijheidsbegrip = vrijheid moet haar beslag krijgen in een positieve waarde, namelijk zelfontplooiing, waaraan bovendien de medemens of de samenleving in het algemeen een bijdrage kunnen leveren

KANT (en LOCKE, liberalen)
Negatief vrijheidsbegrip = (vrijheid betekent:) niet door anderen gehinderd worden – en waarvoor het individu deze vrijheid wil gebruiken, doet er niet toe.

KANT's ethiek!

De filosofische term ‘Idealisme’ die gebruikt wordt om een filosofische stroming (waar ook Kant’s filosofie deel van uit maakt) aan te duiden, heeft een andere betekenis dan die term gewoonlijk heeft.
Idealisme: Ideeën zijn bepalend voor de werkelijkheid. Het betekent niet ‘het nastreven van idealen’.IDEE: het mentale, het bewustzijn, het denken, de kennis, het begrip, de geest, het verstand, de rede etc.

De rede beperkt zich in de ogen van Kant niet tot het inzicht van het individu in zijn eigenbelang, maar komt tot universele ethische ideeën. De rede is het vermogen waarmee de mens boven de kenbare natuur uit kan denken en zodoende tot algemene logische en ethische ideeën kan komen; tevens is de rede het vermogen waarmee de men zijn handelen op deze ethische ideeën kan afstemmen.

De werkelijkheid wordt geordend door onze kennis, dat wil zeggen door de ruimte-en-tijd-‘bril’ waarmee we waarnemen en door de begrippen die in ons verstand klaarliggen.

De autonomie van de redelijke mens en de Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn aan zichzelf te wijten onmondigheid (= het onvermogen zich van zijn verstand te bedienen zonder leiding van een ander). Aan zichzelf te wijten is deze onmondigheid, wanneer deze niet wordt veroorzaakt door een gebrek aan verstand, maar door een gebrek aan besluitvaardigheid en moed (…).

De Zinspreuk van de verlichting: Heb de moed om je van je eigen verstand te bedienen

SAPERE AUDE! (durf te weten)


De verlichting moet dus bewerkstelligen dat ieder individu de eigen ‘hersens’ (verstand, rede) durft te gebruiken en zich niet door een of andere autoriteit laat voorschrijven wat hij of zij moet denken en zeggen.

Omdat de mens ook een natuurlijk wezen is, kunnen de natuurlijke neigingen, aandriften en behoeften de overhand krijgen over de rede. In dat geval laat de mens zich door deze neigingen bepalen, maar dit betekent onvrijheid; Ware vrijheid kan er immers niet in bestaan een speelbal te zijn van je instincten en behoeften.

Wie zijn of haar vrijheid wil realiseren doet een beroep op zijn of haar rede (je doet mee aan de noodzaak tegen de natuurlijke neigingen in te gaan, indien deze niet stroken met wat redelijk is). De rede, het orgaan van de vrijheid, moet iets: de natuur indien nodig onderdrukken!

KANT’s ethiek is een DEONTOLOGISCHE ethiek: de plicht staat voorop. Het natuurlijke streven naar geluk mag niet als uitgangspunt gelden; De mens kan zich slechts door gehoorzaamheid aan de door de rede voorgeschreven plicht het geluk wáárdig betonen.

In kant’s ethiek is de uiterlijke, feitelijke of natuurlijke kant van het handelen niet van belang; Uit het zijn van de dingen valt het behoren niet af te leiden. (scheiding tussen feiten en (morele) waarden). Het is niet ómdat de werkelijkheid nu toevallig zo en zo is dat we een bepaalde plicht hebben, maar we hebben plichten en we moeten vervolgens zien hoe we die in de werkelijkheid ten uitvoer brengen.

Formulering van het onvoorwaardelijke gebod (de categorische imperatief):

Handel zo dat je de mensheid, zowel in je eigen persoon als in de persoon van ieder ander tegelijkertijd altijd ook als doel en nooit enkel als middel gebruikt. dus: Maak geen misbruik van een ander. Het gebod zegt dat je moet beoordelen of iedereen altijd zo zou mogen handelen als jij nu. allen zijn dus aan elkaar gelijkgesteld, ongeacht de omstandigheden, persoonlijke karaktertrekken of zijn of haar maatschappelijke positie.

De mens bestaat als doel opzich omdat hij redelijk is: omdat hij zelf deze wetten zou kunnen formuleren. “de wil wordt dus niet zomaar aan de wet onderworpen, maar zodanig dat hij ook als zelf wetgevend gezien moet worden”.

Kant ziet de mens als onderworpen aan plichten die hij zelf in alle vrijheid redelijkerwijs kan kiezen: Het principe van de autonomie van de wil (autonomie = zichzelf de regels stellen!!)

dusss... zeg nou zelf.. vet interessant toch??? :)

Sunday, June 03, 2007

That's how much I love you
That's how much I need you

And I can't stand you
Must everything you do, make me wanna smile
Can I not like it for a while
No.. but you won't let me
You upset me, then you kiss my lips
All of a sudden I forget that I was upset
Can't remember what you did

But I hate it
You know exactly what to do
So that I can't stay mad at you
For too long, that's wrong
But, I hate it
You know exactly how to touch
So that I don't wanna fuss and fight no more
So I despise that I adore you

And I hate how much I love you boy
I can't stand how much I need you
And I hate how much I love you boy
But I just can't let you go
And I hate that I love you so..

And you completely know the power that you have
The only one that makes me laugh

Sad and it's not fair how you take advantage of the fact that I
Love you beyond the reason why
And it just ain't right

And I hate how much I love you girl
I can't stand how much I need you
And I hate how much I love you girl
But I just can't let you go
And I hate that I love you so

One of these days maybe your magic won't affect me
And your kiss won't make me weak
But no one in this world knows me the way you know me
So you'll probably always have a spell on me

That's how much I love you
That's how much I need you